Drie Brugse kunstenaars: Legillon, Verbrugge en Ledoulx'
Three Bruges artists: Legillon, Verbrugge and Ledoulx
Arentshuis, Musea Brugge
Dijver 12
B-8000 Bruges
Belgium

Pierre François Ledoulx (1730-1807), Skull of babirusa
Bruges, Bruges Museums
From the museum website
The Arentshuis Museum turns the spotlight on three Bruges artists from the eighteenth and the beginning of the nineteenth century: Jan Frans Legillon, Jean Charles Verbrugge and Pierre François Ledoulx. There are more than fifty different works on display, mainly drawings, originating from the Print Archive of Musea Brugge. Two recent acquisitions by Verbrugge are also included, one of which is a painting of the Holy Blood Basilica. Verbrugge and Ledoulx collaborated on an ‘Eastern’ album, an exotic gem which can be viewed both during the exhibition in digital form and online: www.historischebronnenbrugge.be.
Museum press release
1. Drie Brugse kunstenaars
Het Arentshuis toont vanaf 7 februari 2008 werk van drie Brugse kunstenaars uit de 18de, begin 19de eeuw: Jean François Legillon, Jean Charles Verbrugge en Pierre François Ledoulx. We krijgen vooral tekeningen en aquarellen te zien, Brugse stadsgezichten en landelijke tafereeltjes, maar ook curieuze mensen en objecten. Alles komt uit de collectie van het Groeningemuseum, dat onlangs nog twee werken van Verbrugge verwierf.
Jean François Legillon (1739-1797), Jean Charles Verbrugge (1756-1831) en Pierre François Ledoulx (1730-1807) studeerden alle drie aan de Brugse academie. Legillon trok al snel naar het buitenland, werd een van de toonaangevende dierenschilders van zijn tijd, vestigde zich in Parijs en zag zijn werk zelfs in het Louvre belanden. Zijn leerling Verbrugge maakte vooral indruk met Brugse stadsgezichten en was behalve kunstenaar ook een verwoed verzamelaar. Het werk van Pierre François Ledoulx, nauwgezet observator van fauna, flora en menselijke rariteiten, vertoonde soms oosterse invloeden en daarom noemde men hem ‘de schilder der Chineezen’.
Het Groeningemuseum bezit heel wat werk van het Brugse trio, vooral in het Prentenkabinet, en toont daar nu een representatief staal uit in het Arentshuis, een van de locaties van het Groeningemuseum. Het gaat om 42 potloodtekeningen en aquarellen, en 4 schilderijen. Verbrugge krijgt de meeste aandacht.
In de eerste zaal is werk te zien van Verbrugge en Legillon: landelijke tafereeltjes, stalscènes en stadsgezichten, waaronder veel Brugse stadspoorten die ondertussen zijn afgebroken. In de tweede zaal draait alles rond de Brugse mecenas Joseph Van Huerne. Hij liet Verbrugge en Ledoulx objecten natekenen uit zijn eigen merkwaardige collectie en die van anderen. Het leverde verschillende albums op, onder meer het album met curiosa uit de natuur, waarvan we in het Arentshuis verscheidene tekeningen te zien krijgen, en het album met oosterse motieven, vaak het ‘Oosters Album’ genoemd, dat vanaf 7 februari online te bewonderen is, een project van Erfgoedcel Brugge.
In de tentoonstelling krijgen we voor het eerst twee recente aanwinsten van het Groeningemuseum te zien, allebei Verbrugges: een getekend portret van Joseph Van Huerne en een schilderij van de Heilig-Bloedkapel.
2. Legillon, een Bruggeling in Parijs
Jean François Legillon (Brugge 1739-Parijs 1797), telg van een aristocratische familie, was in zijn tijd een van de toonaangevende dierenschilders in België, naast Balthasar Paul Ommeganck. Hij had zich ook gespecialiseerd in genreachtige landschappen en idyllische boereninterieurs. Op twaalfjarige leeftijd volgde hij al tekenlessen aan de Brugse academie, die toen onder leiding stond van Matthias de Visch. Hij was weinig honkvast. Nog tijdens zijn opleiding trok hij naar Frankrijk en Italië om er zich te vervolmaken. In Rouen perfectioneerde hij zijn tekenkunst vanaf 1760 bij de Franse schilder, tekenaar en kunsttheoreticus Jean Baptiste Descamps. In 1767 werd hij gesignaleerd in het Parijse atelier van Jean-Jacques Bachelier. Met de aanbevelingen van Descamps op zak trok hij in 1768 naar Marseilles, waar hij tot 1770 bleef. Daar besefte hij zijn roeping als dierenschilder. Nadien volgden twee jaar Italië, waar hij Rome en de havenstad Civitavecchia bezocht. In 1774 keerde hij terug naar Brugge, zijn geboortestad. Hij opende er een kunstschool, waar onder meer Jean Charles Verbrugge studeerde. Hij bleef vaak reizen naar Frankrijk en Zwitserland maken.
In 1782 vestigde hij zich definitief in Parijs. Hij trok vaak naar het bos in Fontainebleau: “Hij bracht aldaar den geheelen zomer over met studiën te maken, meest geschilderd in olieverwe, naar de natuure in volle locht”, schreef zijn collega Pierre François Ledoulx in ‘Levens der konst-schilders, konstenaers en konstenaeressen …’
In de tentoonstelling in het Arentshuis zijn 1 olieverfschilderij en 3 tekeningen van Legillon te zien. De stalscène valt te vergelijken met het ‘Stalinterieur te Tivoli’ uit het Louvre, waarmee hij in mei 1789 opgenomen werd in de Parijse Academie. Hetzelfde jaar stelde hij op het Salon in het Louvre niet minder dan zes landschapsschilderijen met dieren tentoon. Ze werden er met succes onthaald. Na zijn plotse dood liet Joseph Benoît Suvée, die andere Bruggeling die het in Parijs maakte, zijn schilderijen, tekeningen en schetsen naar zijn familie in Brugge sturen. (In Groeningemuseum liep tot begin dit jaar een tentoonstelling met werk van Suvée).
3. Verbrugge, tekenaar van het Brugse stadsbeeld
Jean Charles Verbrugge (Brugge 1756–Brugge 1831) was een van de bekendste tekenaars van het Brugse stadsbeeld, samen met Jan Beerblock en Séraphin Vermote. Zijn geschilderde boerenhuizen en stallen verraden de invloed van zijn leermeester Legillon.
Na zijn opleiding aan de Brugse academie bij Jan Anton Garemijn ging hij bij Jean François Legillon studeren. Hij bekwaamde zich verder in Antwerpen en Brussel en vestigde zich dan definitief in Brugge. In 1801 startte hij in zijn huis een teken- en schilderschool maar die hield het slechts enkele jaren uit.
Vanaf ongeveer 1780 maakte Verbrugge heel wat tekeningen en schilderijen van stadsgezichten en oudheidkundige voorwerpen. Bij de stadsgezichten veel Brugse stadspoorten die ondertussen zijn afgebroken. Sommige van die documentaire tekeningen waren door de Brugse mecenas Joseph Van Huerne besteld. In diens navolging legde Verbrugge ook een eigen verzameling oudheden aan, schreef hij een kroniek met eigentijds feitenmateriaal en hield hij een notitieboek bij waarin hij geschied- en oudheidkundige bijzonderheden noteerde. Samen met Pierre François Ledoulx maakte hij enkele albums met tekeningen voor Joseph Van Huerne.
De tentoonstelling laat 3 olieverfschilderijen en 25 tekeningen en aquarellen van Verbrugge zien.
4. Ledoulx, ‘schilder der Chineezen’
Pierre François Ledoulx (Brugge 1730 – Brugge 1807) raakte vooral bekend door zijn talrijke rake voorstellingen in waterverf van insecten, bloemen en planten, vogels, kruiden, stenen, archeologische voorwerpen en menselijke of medische rariteiten. Dat soort afbeeldingen was toen zeer populair. Meestal zaten die prenten in albums, al verschenen ze ook los op de kunstmarkt.
Ledoulx studeerde vanaf 1745 aan de pas opgerichte academie van zijn geboortestad bij Matthias de Visch en Jan Anton Garemijn. Hij ontwierp ook salonbekledingen en behangselpapier. Hij verwerkte er allerlei landschappen en taferelen in, waarin een duidelijke Chinese invloed te zien is. Het bezorgde hem de naam van ‘schilder der Chineezen’.
Ledoulx maakte ook naam als auteur van ‘Levens der konst-schilders, konstenaers en konstenaeressen …’, een handschrift dat in het Brugse stadsarchief bewaard wordt en een cruciale bron is voor de studie van de kunst in Brugge.
In de tweede zaal van het Arentshuis zijn 14 geaquarelleerde bladen van Ledoulx te zien. Ze komen uit het album met natuurlijke curiosa dat hij samen met Jean Charles Verbrugge maakte voor Joseph Van Huerne.
5. Twee aanwinsten: Van Huerne en Heilig-Bloedkapel
In deze tentoonstelling stelt het Groeningemuseum voor het eerst twee recente aanwinsten tentoon, beide van de hand van Jean Charles Verbrugge.
Een portrettekening uit 1778 stelt Joseph Van Huerne voor, de bekende Brugse mecenas. De tekening, gemaakt met drie soorten krijt, domineert de tweede zaal van het Arentshuis (zie verder). Een olieverfschilderij uit 1805 toont de Heilig-Bloedbasiliek in Brugge. Het is een documentair interessante voorstelling omdat er ook andere gebouwen op de Burg te zien zijn, onder meer een deel van de Sint-Donaaskerk, in 1799 openbaar verkocht en nadien gesloopt, het Brugse Vrije, drie torens van het stadhuis en de ruïnes van het Steen, de vroegere stadsgevangenis waarover tot twintig jaar geleden vrij weinig geweten was.
6. Van Huerne en zijn albums
Joseph Van Huerne (1752-1844) speelde een belangrijke rol in de Brugse kunstwereld aan het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw. De edelman was een gepassioneerd verzamelaar. Naast naturalia, artificialia en antiquiteiten bevatte zijn verzameling vooral exotica.
Een groot gedeelte van zijn merkwaardige verzameling liet hij door Verbrugge en Ledoulx natekenen in potlood, pen en waterverf. Hij liet de schilders niet alleen zijn eigen voorwerpen kopiëren, maar stuurde ze ook naar andere verzamelaars, zoals Joseph Hergodts. Die bladen werden bijeengebracht in albums zoals het album met oosterse motieven, vaak het ‘Oosters Album’ genoemd, het album met insecten, en het album met curiosa uit de natuur. Daarnaast blijft de naam van Joseph Van Huerne ook verbonden met enkele kunstwerken die hij tijdens de Franse overheersing opkocht en terugschonk aan Brugse kloosters en kerken.
In deze tentoonstelling is deze Brugse mecenas zeer nadrukkelijk aanwezig. In de tweede zaal trekt diens portret door Verbrugge alle aandacht. Adjunct-conservator Laurence Van Kerkhoven heeft daarrond 24 schitterende bladen uit het album met curiosa uit de natuur gehangen. Van 1799 tot 1828 maakten Verbrugge en Ledoulx minstens 92 gekleurde tekeningen in potlood, pen, water- en dekverf van dieren, schelpen, koralen en biologische merkwaardigheden zoals lichamelijke vervormingen. De tekeningen getuigen van een zeer rake observatiegeest. Tegelijk kunnen we het ‘Oosters Album’ voortaan online bewonderen.
7. ‘Oosters Album’ online
Het ‘Oosters Album’, een van de albums die Verbrugge en Ledoulx voor Van Huerne maakten, is voortaan op het internet te bewonderen, via www.historischebronnenbrugge.be. De digitale ontsluiting valt samen met de opening van de tentoonstelling in het Arentshuis. De digitalisering van deze precieuze tekeningen gebeurde door Erfgoedcel Brugge, dat net zoals het Groeningemuseum deel uitmaakt van Musea Brugge.
Het ‘Oosters Album’ is een pareltje vol kleurrijke voorstellingen van het dagelijkse leven in China. Naast illustraties door drie Brugse kunstenaars bevat het ook enkele oorspronkelijk Chinese tekeningen. Het grootste deel van het ‘Oosters Album’ is het werk van Jean Charles Verbrugge. Hij tekende ondermeer operascènes, Chinese beroepen en Oosterse kabinetten. Van Pierre François Ledoulx, de ‘schilder der Chineezen’, zien we vooral motieven voor Chinees geïnspireerd behang. Het Album telt slechts één werk van Antoon Ignatius Steyaert, die een Indisch afgodsbeeld in een kabinet tekende.
Bij het Chinese materiaal zitten zowel ingetogen taferelen als druk aandoende marktscènes. Het contrast met het Brugse werk is groot. Ina Verrept, erfgoedconsulente bij Erfgoedcel Brugge, coördineerde de digitalisering. Drie historici en een kunsthistorica leveren op de website duiding bij het ‘Oosters Album’. Kunsthistorica Sandra Janssens, adjunct-conservator van het Groeningemuseum, heeft het over Verbrugge en Ledoulx en hun link met het ‘Oosters Album’. Annelies Dobbelaere, die haar eindwerk maakte over Van Huerne en het ‘Oosters Album’, belicht het Album en Van Huernes verzameling, Jan Parmentier de handel tussen de Zuidelijke Nederlanden en China in de 18de eeuw, en Ludo Vandamme de China-interesse in Brugse bibliotheken in de 18de eeuw.In 2006 stond het ‘Oosters Album’ centraal in de tentoonstelling ‘Veelvuldige Chineesche gezichten’ naar aanleiding van de Open Monumentendag die als thema Import-Export had. De tentoonstelling werd georganiseerd door het Stadsarchief Brugge in samenwerking met de Stedelijke Openbare Bibliotheek, Musea Brugge, Erfgoedcel Brugge, Raakvlak, Dienst Monumentenzorg en Stadsvernieuwing en het OCMW-Archief en Kunstpatrimonium. Vanaf 7 februari kan de bezoeker van www. historischebronnenbrugge.be het Album digitaal doorbladeren en bewonderen dankzij diezelfde partners.
Het ‘Oosters Album’ is de zesde bron die de website ontsluit. Op de site staan documenten met een bijzondere historische of kunsthistorische betekenis voor de stad. Specialisten geven er tekst en uitleg bij.
8. Chinese leeuwendans
De opening van de tentoonstelling en de digitale lancering van het ‘Oosters Album’ vallen niet toevallig op 7 februari 2008. Het is de dag waarop de Chinezen nieuwjaar vieren. En Musea Brugge viert mee. Er is dan een echte Chinese leeuwendans te zien in de binnentuinen tussen het Groeningemuseum en het Arentshuis. De uitvoerders maken deel uit van vzw Siu Lam Kung-fu, een kungfu-vereniging uit Limburg (www.sanda-kungfu.be).
De opvoering duurt ongeveer 20 minuten. In de leeuw zitten twee mensen, waarvan we enkel de benen zien. Ze worden begeleid door muzikanten. Ogen, oren en bek worden van binnenuit bediend. Tijdens de hele dans maakt de leeuw acrobatische bewegingen. Hij begint met een groet, wordt dan een spelende leeuw, een nieuwsgierige leeuw (nieuwsgierig naar het Album), zegent het Album, groet opnieuw, wordt weer een spelende leeuw en sluit af.